Echt gebeurd?

De Sultane is fictie. De personages, hun gesprekken en persoonlijkheden heb ik verzonnen. Wel is de verhaallijn gebaseerd op ware gebeurtenissen.

De eerste sultane

In 1641 kwam sultane Safiatuddin Al-Din Syah aan de macht in Atjeh. Zij moet een heel bijzondere leider zijn geweest. Visionair, sociaal intelligent, gelovig én een groot gevoel voor humor. De gebeurtenissen tijdens haar regering vormen de grootste inspiratiebron voor dit boek.

Safiatuddin kwam aan de macht na de dood van haar echtgenoot sultan Thani. Hij was een tiran. En daarvóór was de vader van Safiatuddin aan de macht. Die twee sultans hebben vrijwel alle mannelijke familieleden vermoord in hun tijd. Toen sultan Thani onverwacht overleed, stond er dan ook geen opvolger klaar.

Hoewel het ongebruikelijk was dat een vrouw aan de macht kwam, mócht het wel. De positie van vrouwen was in Atjeh beter dan in de meeste andere landen in die tijd. Bij gebrek aan geschikte mannen, koos de lokale elite ervoor om Safiatuddin te kronen.

Wijze leiders

De keuze om Safiatuddin te kronen, beviel zowel de elite als de bevolking. Terwijl zij regeerde was het vrede en bloeide de handel op in Atjeh. Voedsel was goedkoper en de literatuur en het onderwijs werden gestimuleerd. Haar regering beviel zo goed, dat ze meer dan 30 jaar aan de macht bleef. Haar drie opvolgers waren ook vrouwen. De regeringsperiode van deze sultanes was de meest vreedzame tijd in de geschiedenis van Atjeh.

De rol van Holland

Safiatuddin regeerde in een ingewikkelde tijd. De VOC vergrootte zijn invloed in de regio. Ze dwongen handelsovereenkomsten af waar de lokale bevolking onder leidde, soms met behulp van havenblokkades en geweld. In Atjeh eiste de VOC bijvoorbeeld het monopolie op peper.

De Atjehers waren verdeeld over hoe ze om moesten gaan met de Hollanders. Dat zag je vooral bij de orang kaya: de elite die veel invloed had op de sultans. Tijdens de regering van Safiatuddin waren ze onderverdeeld in pro-Hollanders en anti-Hollanders.

Vooral een laksamana, die in het anti-Hollandse kamp zat, was het niet eens met het beleid van Safiatuddin om de Hollanders te vriend te houden. Hij was een uitgesproken tegenstander van de sultane. In het verhaal is deze laksamana de vader van hoofdpersoon Setia.

BRONNEN

Ik las voor het eerst over de sultanes in het boek Atjeh van Anton Stolwijk. Dit boek is een combinatie een reisverslag en geschiedbeschrijven en één van de beste non-fictie die ik ooit gelezen heb. De volgende stap was het boek Sovereign Women in a Muslim Kingdom: The Sultanahs of Aceh, 1641–1699 van Dr Sher Banu A. L. Khan. Dit boek was de belangrijkste inspiratiebron voor het verhaal. Dr. Khan maakte gebruik van onder andere lokale bronnen en de verslagen die VOC-vertegenwoordigers schreven. In de Koninklijke Bibiliotheek heb ik de transcripten daarvan gelezen. Verder heb ik vooral veel wetenschappelijke artikelen gebruikt van bijvoorbeeld Takishi Ito en Anthony Reid.

Het verhaal is nog niet af. En het onderzoek ook niet. Heb je interessante informatie? Neem vooral contact op!